De donderdagavond film club

The Deer Hunter

Het verhaal van The Deer Hunter neemt de tijd om zich te ontvouwen. De film begint in Pennsylvania waar drie arbeiders van een plaatselijke staalfabriek een oproep voor het leger krijgen. Voordat de drie vertrekken, trouwt een van de vrienden met zijn zwangere vriendin. Deze bruiloft dient gelijk als afscheidsfeestje voor de dienstplichtigen. De relaties tussen de vrienden en met de overige personages worden hier goed uiteengezet, inclusief onderhuidse irritaties en verlangens, wat de ontwikkelingen na terugkomst uit Vietnam logischer maken. De overgang naar Vietnam is erg plotseling, opeens zijn de drie mannen krijgsgevangen genomen waar de bewakers met hen een sadistisch spelletje spelen waar Squid Game bij verbleekt. De vrienden weten op heldhaftige wijze te ontsnappen en de rest van de film focust zich op de heel verschillende manieren waarop de personages hun traumatische ervaringen verwerken. Dat is geen nieuw gegeven in de filmgeschiedenis, de problemen die veteranen ondervinden bij het terugkeren na de oorlog kwamen al aan de orde in de klassieker The Best Years of Our Lives uit 1946. Wel was The Deer Hunter de eerste film die zich voor een groot publiek met de Vietnam oorlog bezighield. De film kreeg veel kritiek te verduren vanwege de ongepaste patriottische eindscène. Met The Deer Hunter is echter, in tegenstelling tot Apocalypse Now, niet zozeer getracht een realistische weergave van de Vietnamoorlog weer te geven. De Vietnamezen die ze ontmoeten zijn nogal eendimensionale figuren; óf arme uitgebuite slachtoffers, óf geldbeluste sadisten. De scènes die bij de kijker het langste op het netvlies blijven staan, zijn die van het Russisch roulette, wat eigenlijk jammer is. Het meest interessant deel van de film is namelijk het thema van de onvoorwaardelijke vriendschap tussen de jonge mannen en het psychologische slagveld van ná de oorlog en dat wordt hier steengoed uitgewerkt. Dit maakt The Deer Hunter een meeslepende film met fenomenale acteerprestaties.

Lees meer »

Alien

De SciFi-horrorfilm Alien is wel even andere koek dan de hoopvolle, haast sprookjesachtige Science-fictionfilm-met-Aliens van vorige week. De 'Close Encounters' tussen mens en buitenaards wezen in beide films bevinden zich aan beide uitersten van het voorstellingsvermogen. Terwijl de ontmoeting op Spielberg's personages een dermate spirituele uitwerking heeft dat ze niet kunnen wachten om zelf het het ruimteschip in te kruipen, kan in Ridley Scott's meesterwerk het ene na het andere bemanningslid van ruimteschip Nostromo de gruwelijke ontmoeting niet meer navertellen. Wat de film extra onheilspellend maakt, is het unieke, indrukwekkende decor van de film. De eerste beelden laten een koud, donker en vijandig heelal zien met het schijnbaar uitgestorven interieur van de Nostromo, dat al even onherbergzaam is. Niets in dit reusachtige ruimteschip lijkt bedoeld om het haar bemanning ook maar een beetje comfortabel te maken: de gangen zijn donker en laag, de belichting is koud en hard. De Alien daarentegen komt op de Nostromo in een gespreid bedje terecht. Het is alsof het schip is ontworpen als natuurlijke habitat voor het moordende monster. Iedere hoek biedt perfecte camouflage; het is haast onmogelijk zijn staart te onderscheiden van aan het plafond bungelende kettingen, of het druppende water van het slijm uit zijn dodelijke bek. Overal zijn schaduwen, nissen, schachten waarin het zich schuil kan houden. Alles lijkt samen te spannen met het beest, tegen zijn prooi. Er zitten vrij veel rustpunten in de film voor een horrorfilm, maar die worden subtiel ingezet om de horror een onderstroom mee te geven, een opbouw van spanning die constant voelbaar is, zelfs in de ogenschijnlijk meer ontspannen momenten tussen de bemanningsleden van de Nostromo. De Alien is fantastisch ontworpen is door de kunstenaar HR Giger, nu eens niet een figuurtje met dunne ledematen, een groot hoofd en koddige scheve oogjes, maar een machinaal wezen, een moordmachine. De Alien doodt zijn slachtoffers op een haast pornografische manier, het binnendringen van lichaamsholtes met zijn tentakels roept associaties op met verkrachting. Dat geeft hoofdpersoon en enige overlevende Ripley (Sigourney Weaver) extra kwetsbaarheid mee in haar minuscule witte slipje, als zij als enig overgeblevene van de bemanning geconfronteerd wordt met de Alien voor het eindgevecht.

Lees meer »

Close Encounters of the Third Kind

Hoewel Science fiction is nooit echt mijn favoriete filmgenre is geweest, hou ik wel van mysterieuze, surrealistische of bovennatuurlijke gebeurtenissen in films en die verwarring veroorzaken bij de personages in de films. Wat is echt en wat is verbeelding? Dat maakte voor mij 'Close Encounters Of The Third Kind' een aangename kijkervaring. Daarnaast is Steven Spielberg niet de man van de kunstzinnige beelden, zelfs al zitten er af en toe mooie plaatjes in, maar wel de man van het effectieve camerawerk die weet hoe je films spannend moet maken. Er zitten thema's in die Spielberg vaker gebruikt in zijn films, zoals de zoekende eenling, de alleenstaande sympathieke moeder, het onschuldige kind en de onbetrouwbare autoriteiten. Sommige scènes, zoals het idee van de alien die betrapt wordt terwijl hij de koelkast leegrooft en het kind dat in zijn kinderlijke ontvankelijkheid de alien achterna gaat, komen later terug in de film ET. In deze film vormen de belevenissen van het kind slechts een van de verhaallijnen van de film, de algemene toon is wat meer volwassen. De andere verhaallijn bijvoorbeeld, waarin Roy dusdanig geobsedeerd raakt van zijn buitenaardse ervaring dat hij zijn familie van hem vervreemd, is invoelend uitgewerkt. De kijker weet, samen met de hoofdpersoon, dat de aliens er wel degelijk zijn en dat maakt dat je als kijker sympathie krijgt voor Roy in al zijn gekte, ook al dreigt het te ontsporen naar een slapstick als hij zijn huis volstort met modder om daar op zijn gemak het bouwwerk uit zijn visioen te gaan zitten kleien. Spanning is er echter ook; het vinden van een aantal verloren gewaande transportmiddelen uit een andere tijd op een onverwachte plek (een schip dat middenin een woestijn wordt gevonden) het geheimzinnig piramide-achtig bouwwerk waar mensen visioenen over krijgen en een repeterend muzikaal thema dat onderzoekers proberen te ontcijferen. Van de special effects moet de film het niet echt hebben. Spielberg's beste troef is de Hitchcockiaanse suggestie van de aanwezigheid van iets bovennatuurlijks; iemand kijkt ergens naar en je ziet aan de blik van die persoon dat diegene iets buitengewoons ziet. Er zit een aantal van dit soort ijzersterke momenten in de film, met name rondom het jongetje dat later opeens verdwijnt. In plaats van de bedroevend slecht uitgewerkte alienfiguren had de suggestie van aliens op deze manier ook kunnen voldoen.

Lees meer »

Taxi driver

Het tijdstip van kijken kon haast niet slechter, zo vlak voor de kerstdagen. Taxi Driver gaat over de oorlogsveteraan Travis Bickle die als taxichauffeur werkt. Hij is een eenzame man die geobsedeerd is door pornografie en geweld. Hij raakt steeds verder geïrriteerd door het tuig dat er 's nachts over straat loopt. Voor Travis geen drie nachtelijke geesten die hem op het rechte spoor proberen te krijgen, zijn leven gaat steeds verder neerwaarts en hij verliest zichzelf langzaam in paranoia. De film laat duidelijk zien hoe Travis, ondanks zijn zouteloze kritiek op en haat voor de wereld, daar op zijn eigen pijnlijk onhandige manier toch deel van probeert uit te maken. Tegen alle verwachtingen in weet hij toch de aantrekkelijke campagnemedewerkster Betsy mee uit te vragen, maar verknalt het vervolgens door haar op een film in een pornobioscoop te trakteren. Je ziet zijn onvermogen om zijn moeilijkheden onder woorden te brengen als hij probeert raad te vragen aan een oudere, door de wol geverfde mede taxichauffeur. Teleurgesteld in de liefde, richt Travis' agressie zich op de machtige mannen in de omgeving van Betsy (de madonna) als Iris (de hoer), twee vrouwen die hij op een voetstuk heeft gezet.

Lees meer »

Apocalypse now

Apocalypse Now volgt de belevenissen van kapitein Willard, die ten tijde van de Vietnam oorlog de opdracht krijgt om de afvallige kolonel Kurtz op te sporen en te doden. Het scenario is losjes gebaseerd op de roman Hearts of Darkness van Joseph Conrad, dat oorspronkelijk in Afrika gesitueerd was, maar doet ook denken aan Homerus' Odyssee. De film wordt aaneengeregen door prachtig geschoten scènes die stuk voor stuk de waanzin en de Amerikaanse decadentie en arrogantie van de Vietnam oorlog laten zien, zoals de beroemde helikopteraanval op het Vietnamese dorp op de klanken van het klassieke stuk The Ride of The Valkyries van Wagner, het bombarderen van de bomenrij langs het strand zodat de mannen van generaal Kilgore de perfecte golf kunnen vangen, het optreden van de Playboy Bunny's in de wildernis en het bezoek en diner op een Franse plantage. Al deze scènes zijn fantastisch gefilmd en gemonteerd, in prachtige kleuren geschoten, omlijst door een fantastische soundtrack. Tijdens het draaien van de film kreeg regisseur Francis Ford Coppola veel rampspoed te verduren. Een hartaanval werd de hoofdpersoon Martin Sheen bijna fataal, Marlon Brando weigerde het script te lezen of zich aan zijn tekst te houden, de regen bleef maar aanhouden en uiteindelijk verwoestte een storm zelfs de set. Francis Ford Coppola, continue geconfronteerd met oplopende kosten en een tot oneindig uitdijende tijdsplanning, was bang dat de film een grote flop werd en twijfelde tot het eind over hoe de film moest eindigen. De film werd gelukkig ontvangen met zowel goede kritieken als met hoge bezoekersaantallen. Van het verhaal waarbinnen we de hoofdpersoon proberen te volgen moeten we het in ieder geval niet hebben. Kapitein Willard, die een meedogenloze killer moet spelen, lijkt in de scènes steeds buiten alle gebeurtenissen te staan en niet te kunnen voorkomen dat vreselijke dingen gebeuren met de mannen die hem zijn toegewezen bij zijn opdracht. Ook tijdens de confrontatie met zijn doelwit ondergaat hij willoos zijn lot. De opwachting in het kampement van kolonel Kurtz, de gebeurtenissen aldaar en de uiteindelijke slotscène waarin Willard zijn opdracht uitvoert en vervolgens onbestraft kan vertrekken zijn ronduit bizar. Misschien heeft de rampspoed tijdens de film ervoor gezorgd dat de film niet helemaal als een geheel aanvoelt. Maar de scènes op zichzelf zijn kunstwerkjes die stuk voor stuk de waanzin van oorlog aan de kaak stellen.

Lees meer »

Rocky

Een verhaal zoals dat van Rocky Balboa, de underdog die door hard werken zijn dromen waarmaakt, is op vele manieren in de filmgeschiedenis terug te vinden. In Fat City zagen we eerder een bokser op zijn retour die, in dat geval door middel van een jong talentvolle ruwe bolster, een comeback probeert af te dwingen. Maar ook in de boeken van Charles Dickens of in musicals als My Fair Lady wordt er gretig gebruik gemaakt van variaties op het aansprekende thema van het schoffie dat opklimt naar een hogere maatschappelijke status. In het geval van Rocky betreft het een tweederangs bokser uit Philadelphia, die in een afgedankt appartement woont en gebruik maakt van zijn imposante uiterlijk om schulden te innen voor een lokale mafiabaas. Natuurlijk schuilt er een klein hartje in Rocky, hij ontfermt zich over een buurtmeisje dat naar zijn zin te jong, teveel op straat hangt en hij probeert indruk te maken op het verlegen muurbloempje Adrian, de zus van zijn vriend Paulie. Dan krijgt Rocky de kans van zijn leven als hij door een publiciteitsstunt mag vechten tegen de wereldkampioen, Apollo Creed, om de wereldtitel. Rocky is vastberaden om het 15 rondes vol te houden, niet alleen voor zijn zelfvertrouwen, maar ook zodat hij kan bewijzen dat hij niet een of andere schooier van de straat is. Het verhaal is aansprekend zonder afleidende zijplotten en het subtiel aanwezige muzikale thema van Bill Conti dat uiteindelijk opzwepend aanzwelt is herkenbaar maar niet storend. De sfeer wordt goed neergezet, de koude straten van ‘Philadelphia’ komen mooi naar voren en ook de omstandigheden waar ‘Rocky Balboa’ en de andere bijfiguren in de film in leven doen authentiek aan. Het enige irritante is Sylvester Stallone zelf, die het scenario schreef en er op stond om zelf de hoofdrol te spelen, maar die ik niet al te best vind acteren. Dat maakte het publiek destijds niet zoveel uit want de film werd een dikke bioscoophit en terecht wat mij betreft. Het bleek een slimme zet van Sylvester Stallone en het zette hem op de kaart als acteur in films waarin weinig hersens maar veel spierkracht gevraagd werd. Al denk ik dat ik zijn overige werk maar oversla.

Lees meer »

Dawn of the dead

Deze zombieklassieker begint wat rommelig. We bevinden ons in een tv studio waar geruzied wordt over de aanpak van een niet nader genoemde nationale crisis, er is een omsingeling door mannen met wapens van onduidelijke herkomst (Guerillastrijders? Leger? Politie?) en uiteindelijk een inval waarbij opeens in verschillende ruimtes zombies worden aangetroffen. Een viertal ontkomt aan de chaos en gaat per helikopter op zoek naar een veiligere plek. Door gebrek aan brandstof landen ze op een groot winkelcentrum dat al in de greep is van een groot aantal bloeddorstige ondoden. De zombies in deze film zijn echter niet echt eng, ze lopen wat verdwaasd rond, getriggerd door een oude gewoonte winkels en vermaak op te zoeken. Het viertal zet het op een bescheiden plunderen, verzint listen om de zombies te vlug af te zijn en creëert in het magazijn een gezellige woonruimte, die van alle gemakken wordt voorzien. De zombies, schuifelend door de gangen, geplakt tegen de winkelruiten, vallend als dominostenen op de roltrappen en zittend tussen de muntjes in de fonteinen, symboliseren het kapitalisme van de Amerikaanse consument. Pas als een motorbende dit walhalla ontdekt komt het viertal in gevaar, voornamelijk doordat hun eigen sluimerende bezitsdrang tot leven wordt gewekt. De film laat zien dat ondanks dat flinterdunne laagje van wat wij beschaving noemen, we nooit zullen ontkomen aan de menselijke agressie die we in ons dragen.

Lees meer »

Papillon

Papillon vertelt het verhaal van Henri Charriere, een kleine crimineel die onterecht wordt veroordeeld voor moord, en een levenslange gevangenisstraf krijgt op Frans-Guyana. Hij is vastberaden te ontsnappen, maar zijn eerste poging mislukt. Als straf wordt hij naar een gevangenis verplaatst waar nog nooit iemand van ontsnapt is. Papillon is een klassieker die ik eigenlijk al lang had willen zien, maar waar het er nooit van kwam. De film viel me uiteindelijk een beetje tegen. De aankomst in Frans Guyana en de belevenissen in het eerste kamp waren schitterend. Hoe langer de film duurt hoe minder interessant hij wordt. De film valt te vaak in een soort impasse, waarbij het tempo verloren gaat en men dat terug moet aanzwengelen. Naast de soms wat ongeloofwaardige avonturen tijdens de ontsnappingspogingen, biedt de film een goed beeld van het leven in de strafkolonie, waar overleven ten koste van alles ging. Het acteerwerk is sterk en Steve McQueen en Dustin Hoffman vormen een goed duo. Hoffman met z'n typische nerveuze trekjes komt in deze film goed tot zijn recht, misschien ook geholpen door het feit dat hij niet de film moet dragen. Steve McQueen blijft een fijne acteur om naar te kijken en had natuurlijk qua ontsnappingsfilm zijn strepen al ruimschoots verdiend in The Great Escape. Papillon is al met al een leuke avonturenfilm die aangenaam kijkt, maar echt goed wordt het nooit, doordat de intense wanhoop die veel andere ontsnappingsfilms kenmerkt is ingeruild door een wirwar van oppervlakkige zijpaadjes. 

Lees meer »

Novecento

Novecento is zo'n film waarvan ik rationeel gezien snap dat het een belangrijke film in de filmgeschiedenis is, maar die mij desondanks geen prettige kijkervaring opleverde. De film volgt de levens van twee vrijwel gelijktijdig geboren jongens, de een de zoon van een rijke landeigenaar, de ander de zoon van een landarbeider. De vriendschap tussen de jongens, eerst vanzelfsprekend, wordt door het standsverschil en de roerige maatschappelijke tijden steeds meer op de proef gesteld. De film speelt zich af aan het begin van de twintigste eeuw op het Italiaanse platteland, waar de aristocratische familie van Alfredo de scepter zwaait terwijl boerenzoon Olmo probeert de landarbeiders te verenigen voor het socialistische ideaal. Elke keer dat er toenadering, vriendelijkheid of begrip lijkt te ontstaan tussen beide personages, gebeurt er iets gewelddadigs waardoor de realiteit korte metten maakt met ieder sprankje geluk dat de kop opsteekt. De cast is indrukwekkend, met Burt Lancaster als oude aristocraat, Robert De Niro als de jonge Alfredo, een onherkenbare (maar razend knappe) Gérard Depardieu als Olmo en Donald Sutherland als de opzichter die zich gaandeweg ontpopt als een fascistische psychopaat. Waar het aan ligt dat ik het geen fijne film vond om naar te kijken vind ik lastig te zeggen. De film was met 320 minuten speeltijd erg lang, maar volgt een interessante periode van de Italiaanse geschiedenis en de muzikale omlijsting door Ennio Morricone is erg sfeervol. Bernardo Bertolucci is een meester in het neerzetten van een mooie cinematografische beelden en daar schortte het in deze film ook niet aan. Het naakt vond ik zo nu en dan schokkend vanuit een 21e eeuwse bril gezien (Burt Lancaster die een meisje van 12 in zijn broek laat graaien had in deze tijd echt niet meer gekund) en ronduit ranzig (een verveelde prostituee die tegelijkertijd De Niro en Depardieu aftrekt). Maar wat mij het meest stoorde (en het Italiaanse publiek waarschijnlijk niet) was de nasynchronisatie van de Amerikaanse acteurs. De Italiaanse kijker vond het waarschijnlijk fantastisch om deze grote acteurs in een Italiaanse film te zien schitteren maar ik vond het uitermate verwarrend dat de mimiek en het geluid niet synchroon liepen. Onderstaand filmpje geeft mooi de hoogtepunten van de film weer, maar in zijn geheel vond ik het een taaie zit.

Lees meer »

Eraserhead

Ik kon het tijdens het aanschouwen van deze cultklassieker niet laten om de film in een hokje te willen stoppen bij een aantal vroege filmklassiekers. De futuristische, industriële omgeving van de stad waar de hoofdpersoon zich bevindt deed me denken aan de vroege sciencefiction film Metropolis, aan de eveneens Duitse expressionistische film Das Cabinet des Dr Caligari en tegelijkertijd herkende ik in de film het surrealisme van Un Chien Andalou. Op de een of andere manier doet de film net zo tijdloos aan als bovenstaande voorbeelden. De poster hierboven schaart de film onder het horrorgenre maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Deze film is Lynch' debuut, en meteen ook het meest experimentele dat hij ooit gemaakt heeft en er zijn al veel van zijn latere ideeën en hersenspinsels te zien. Al heel snel wordt duidelijk dat je hier voor het optimale plezier niet al te diep naar een rode draad of betekenis moet zoeken. Er is zeker een verhaallijn aanwezig waar Lynch een aantal thema's aan vast hangt (de hele film lijkt mij een nachtmerrie te zijn van een aanstaande vader), maar in essentie is dit gewoon genieten van de beelden en de sfeer. Een sfeer die vuil en verdorven, en vooral heel duister is. De decors van een verloren industriële stad en de creaturen/personages die zich hier ophouden worden nachtmerrieachtig gepresenteerd. De baby wekt een mix van medelijden en afschuw op, wat een interessant effect teweegbrengt. De andere personages wekken echter ook weerzin of afstandelijkheid op; buiten het aanwezige surrealisme doet de weergave van de personages soms zelfs erg expressionistisch aan. De film wekt, net als in de latere films, een gevoel van vervreemding, ongemak en zelfs van afkeer op, maar de bijzondere, duistere binnenwereld die David Lynch met zijn films schept intrigeert mij tegelijkertijd mateloos

Lees meer »

The Omen

Wat begint als een mooi sprookje, eindigt in een helse nachtmerrie wanneer een vermoedelijk onschuldig kind niets minder dan een marionet van het kwaad blijkt te zijn. Damien wordt geadopteerd door een treurende, nietsvermoedende vader die net z’n kind heeft verloren. Uit vrees dat z’n vrouw het verlies van hun kind niet kan aanvaarden, besluit vader Robert de adoptie te verzwijgen en te doen alsof Damien hun eigen zoon is. We maken dan een tijdssprongetje naar een verjaardagsfeestje van Damien, vijf jaar later. Wat volgt is een stijlvol op film gezet sterfgeval dat meteen de onheilspellende toon zet voor de rest van het verhaal. De sinistere gelaatsuitdrukkingen van Damien doen er geen twijfel over bestaan dat hij over duistere krachten beschikt. Deze film was de derde in een serie van drie 60's/70's-mainstream-horror-blockbusters die gebruik maakten van serieuze regisseurs, grote sterren en een zorgvuldige opbouw om te komen tot een climax waarvan de impact je ook ná het verlaten van de bioscoop nog zou beklijven. Rosemary's baby, The Exorcist en The Omen hebben alle drie de tand des tijds doorstaan (hetgeen niet over hun vele sequels en remakes kan worden gezegd). The Omen put zijn charme niet uit zijn gelikte afwerking maar uit de griezelige details in het script en enkele legendarisch knappe moordscènes. Een sterk detail is bijvoorbeeld de fotograaf die vaag maar zeker een soort death mark in zijn producties ontdekt: Simpel maar heel effectief. Ook bijvoorbeeld het enge fragment met de kinderjuf in het decor van draaimolens en ballonnen op een verjaardagsfeestje, is zowel cinematografisch als verhaaltechnisch eentje om in te lijsten. De grootste kracht van The Omen is dat je eigenlijk geen moment het idee hebt waar het verhaal heengaat, en regisseur Richard Donner weet de aandacht van de kijker op formidabele wijze vast te houden. De spanning wordt op een rustige manier opgebouwd, en net zoals hoofdrolspeler Robert (de geweldige Gregory Peck) heb je in eerste instantie geen idee waar het gevaar vandaan komt. Het gevoel van paranoia is constant aanwezig, en de jongen met zijn spaarzame mimiek is zowel mysterieus als griezelig wat een knappe prestatie is van zo'n jong kind. Het geweldige einde maakt de film helemaal af.

Lees meer »

Marathon Man

Babe, een student Geschiedenis met marathon-aspiraties wordt zijn hele leven achtervolgt door de zelfmoord van zijn vader die werd beschuldigt tijdens de heksenjachten van McCarthy. Wanneer Babe getuige is van de moord op zijn oudere broer Doc (Roy Scheider) raakt hij betrokken in een sinister complot. Doc bleek een geheim agent te zijn voor een organisatie die nazi oorlogsmisdadigers opspoort en komt er achter dat de oud-Nazi Szell (Laurence Olivier) achter de moord zit. Dustin Hoffman speelt een prima hoofdrol als de sociaal onhandige student die zich ineens in een totaal bizarre situatie bevindt. Roy Scheider zet ook een prima spion neer. Het is echter Laurence Olivier die het meeste indruk maakt als de oud-nazi. Olivier had destijds kanker en had gehoord dat hij binnen korte tijd zou overlijden, hij nam de rol aan zodat hij een erfenis kon nalaten aan zijn kinderen en kleinkinderen. Iedere draaidag had hij een hoop pijnstillers nodig om zijn rol te kunnen spelen. Uiteindelijk heeft hij nog tot 1989 geleefd. Het personage van Szell is gemodelleerd naar de beruchte Josef Mengele. Die heette alleen niet De Witte Engel door zijn witte haar, maar door de lange witte labjas die hij altijd droeg. De echte Mengele kwam drie jaar na deze film op vrij bizarre omstandigheden om het leven: hij verdronk in zijn eigen zwembad, men zegt door een hartinfarct. Marathon Man is een typisch voorbeeld van een paranoia thriller. Ten tijde van de Koude Oorlog heerste er wantrouwen; er waren dubbelagenten, valse identiteiten, afluisterpraktijken en ideologische conflicten. Ook was de nasleep van de communistenjacht onder Joseph McCarthy nog voelbaar. Het zou haast een film van Alfred Hitchcock kunnen zijn aangezien de film een aantal sterke momenten van suspense heeft. Daarnaast heeft Marathon Man veel weg van New Hollywood-films als The French Connection en Taxi Driver. New York wordt in beeld gebracht als een heksenketel waarin verschillende bevolkingsgroepen opeengepakt leven en met elkaar botsen. Het verkeer is er hectisch. Er is voortdurend beweging: auto's, hardlopers, fonteinen. Het was een van de eerste keren dat de steadycam gebruikt werd wat de film een documentaireachtige stijl geeft. De onderstaande realistische martelscène zou ik echter overslaan als je angst voor de tandarts hebt.

Lees meer »